Recensie: Wees afgrondelijk van Sid Lukkassen

13 november 2022

Door Edgard Frederix

 

In Wees Afgrondelijk analyseert Sid Lukkassen genadeloos hoe de aanvallen van de deugelite ons in een danteske spiraal naar beneden trekken, waar onze identiteit, onafhankelijkheid en kracht in duisternis verloren raken. Op het einde van die tocht laat hij ons echter niet in een staat van moedeloosheid achter, maar daagt hij ons uit met een onbeschaamde ‘call to action’. 
Het is een prachtig boek. Daarom laat ik u hier weten waarom u het ook werkelijk zou moeten lezen.
 

Lukkassen staaft zijn premissen met ideeën van grote denkers, zoals Kierkegaard en Nietzsche – de filosoof met de hamer – die besefte dat wanneer religie niet langer moraliteit en betekenis aan het leven kan verschaffen, de mens nieuwe waarden vanuit zichzelf dient te ontwikkelen. Hiervoor moet hij zichzelf heruitvinden. Voorwaar geen gemakkelijke taak. Maar indien de mens daar niet in slaagt, vervalt hij tot nihilisme en een slavenmoraal.

 

Hiermee toont Lukkassen aan hoe profetisch Nietzsche was. Het nieuwe linkse denken bulkt immers van nihilisme door het verwerpen van objectieve waarheid, moraliteit en waarden. Het gaat eveneens uit van een slavenmoraal, die voluit tegen de hogere verwezenlijkingen van de eigen cultuur ingaat en die tracht te vervangen door een externe slachtoffercultuur waarbij zogenaamde minderheden als middel worden geëxploiteerd om de leidende cultuur onderuit te halen. De constante focus op miserabiliteit en het uitroepen van het marginale tot een superieure norm kadert in dezelfde doctrine. 
 


De linkse elite ziet er geen probleem in tegen haar eigen principes te zondigen. Enerzijds fileert ze de machtspositie van de westerse, blanke, mannelijke heteroseksuele elite … van henzelf dus, want de overgrote meerderheid van de deugelite behoort immers tot deze verfoeide categorieën, anderzijds weigeren ze in overeenstemming met hun persoonlijke idealen te handelen en dus een stap opzij te zetten en hun positie aan leden van de minderheidsgroepen over te dragen.
Ze zien het hypocriete verraad aan hun eigen cultuur als een loutering. Door deze nestbevuiling menen ze zelf een moreel hoger niveau te bereiken zodat ze als verlichte Gutmenschen hun machtspositie mogen behouden. Handig, toch? Het is de gewone man – wie anders dacht u? – die wordt geviseerd. De doorsnee blanke burger zonder macht en privileges wordt beschuldigd van systematisch machtsmisbruik van zijn privileges. Hij wordt bijgevolg geacht een stap achteruit te zetten.


Een dergelijk onlogisch narratief kan enkel geloofwaardigheid verkrijgen door de steun van een breedvertakt machtsapparaat. Dit bestaat uit: de klassieke media, technocratische systeembeheerders, gesubsidieerde sociale organisaties, de academische wereld en het mondiale grootkapitaal dat haar belastingontwijking en oneerlijke concurrentie met virtue signaling onder het vloerkleed kan vegen. Voor een prijsje kopen ze moderne aflaten in de vorm van genderneutrale toiletten, reclamespots met gekleurde acteurs, diversiteitstraining voor hun personeel en wat zonnepanelen op een fotogeniek hoekje van hun bedrijfsterrein.

 

Met de hulp van de moderne technologie die hoe langer hoe meer controle op de burgerbevolking mogelijk maakt, krijgt de opstelsom van deze componenten een synergetische kracht. Deze wordt ingebed in kafkaëske structuren die enkel voor ingewijden navigeerbaar zijn en die hoe langer hoe meer aan de criteria van een deep state voldoen. Zo kan dit veelkoppige monster macht over de burgers uitoefenen, buiten elke vorm van electorale controle.
 

Lukkassen lijkt zich in pessimisme te wentelen wanneer hij toegeeft dat de strijd gestreden lijkt te zijn. De burger is weerloos gebeukt en wordt gedemoniseerd met slogans als: “Geprivilegieerde racistische witte cisgender!” Maar legt deze auteur zich daarbij neer? Oh neen! Lukkassen neemt zich voor weerwerk te bieden en uit dat dirigistische hellegat te klauteren. Er is een weg terug naar de vrijheid maar enkel als we ons daar tezamen voor willen inzetten.

 

Zijn we niet welkom in de organisaties die zogezegd werden opgericht om ons van dienst te zijn? Neen? Dan laten we die machtsinstellingen van de deugbrigade toch gewoon links liggen. Lukkassen doet een oproep om eigen structuren op te zetten, wat hij de ‘Zuil van het Nieuwe Realisme’ noemt. Die concretiseert een verlangen naar een nieuwe renaissance die tot een creatieve herdefiniëring van onze cultuur zal leiden, gevoed door interne kracht. Weg van de deughegemonie: met een individueel gedefinieerd waardepatroon dat niet wordt bepaald door het aantal vinkjes op de extern opgedrongen politiek correcte waardeschaal.

 
Die renaissance komt niet zomaar uit de lucht vallen. Precies daarom formuleert Lukkassen een terechte kritiek op de modale burger en de klassieke conservatieve politici. Die komen immers niet verder dan op de wantoestanden te wijzen en zich halfslachtig tegen de aanvallen van het cultuurmarxisme te verdedigen. Door de nooit aflatende dialectische dynamiek vervalt elk compromis tussen linkse en rechtse standpunten tot een nieuwe standaard, een nieuwe thesis, waar dan door links automatisch weer een nieuwe antithese tegenover zal worden geplaatst. De synthese hiervan schuift de standaard weer verder op naar links, waarna de cyclus zich herhaalt.

 

Het is een langzaam afkalvende verdedigingslijn van een bevolking die gelaten achteruit stapt, totdat ze uitgeput zal worden; ontwapend door de interne vijand (en zelfs dan zal de aanval niet stoppen, want de linkse ideologie is ingebed in een nooit eindigend utopisch wordingsproces.)
Lukkassen tracht die hegeliaanse dialectiek – waarbij tegengestelde waarden tot een hogere synthese leiden – zelf toe te passen. Enerzijds is er de thesis de burger die vanuit zijn nostalgische behoudsdrang op verdediging is aangewezen tegen de aanvallen van de antithese, woke links, dat ondanks haar momenteel succes zelf met een zelfdestructieve ideologie zit opgezadeld. De zwaktes van beide kampen moeten leiden tot een synthese, een nieuwe mens die zich constructief herdefinieert op basis van zijn interne waarden, persoonlijkheid en realistische ambities.


Dit moet de opdracht worden van de burger die het beu is dat zijn zuurverdiende belastinggeld wordt verspild aan een inclusieve agenda waarmee de culturele elite een electoraal cliënteel koopt en daarbij tegen de belangen van die belastingen ophoestende middenklasse ingaat. Het promoten van massa-immigratie, die het sociale weefsel en het verweer van de bevolking ondergraaft, is daar een treffend voorbeeld van.

 

Lukkassen waarschuwt ons dat het brandmerken en deconstrueren van de verticale standaarden die mensen verbinden en verheffen, zware gevolgen zal hebben. Daarin herkennen we de stelling van Burke dat de ‘little platoons of civil society’ de essentiële bouwstenen van de samenleving zijn. Neem die weg en de mens is overgeleverd aan de willekeur van de overheid.
 


De linkse top-down reguleringsdrift maakt een bevolking afhankelijk, vernietigt ondernemingslust en vervalt uiteindelijk tot een uitzichtloos cliëntisme. Wanneer de handout-partijen vrijwel zeker de verkiezingen zullen winnen – zoals in Wallonië al duidelijk het geval is – en de eenzijdigheid van het medialandschap elk open debat onmogelijk maakt, is het volgens Lukkassen legitiem om een democratie als verloren te verklaren en over te gaan tot een revolutionaire ingreep (in België krijgt die dus automatisch een communautaire invulling).
 

Links zal nooit de remedies van rechts aanvaarden, ook al leidt haar ideologie steeds opnieuw tot catastrofes. Rechts kan indien nodig haar beleid bijsturen omdat het teleologisch denkt, waarbij de praktische gevolgen belangrijk zijn. Links daarentegen denkt deontologisch, waarbij enkel de intenties van belang zijn. Het laat zich daarbij leiden door sentimenteel moralisme en opgeklopte verontwaardiging die de rauwe werkelijkheid aan het zicht onttrekken. Met haar institutionele machtspositie kan links de middenklasse in een morele wurggreep houden, haar economische kracht met de globalisering uithollen en haar identiteit in vraag stellen. Zo wordt elk verzet tegen dat veelkoppige monster een uitzichtloze strijd. 
 


Tijd dus om, net zoals in de mythische roman ‘Atlas Shrugged’ van Ayn Rand, een eigen zuil uit de grond te stampen. De deugelite wil immers pas met je regeren als je het woke gedachtegoed aanhangt. Dus enkel wanneer je je aan haar onderwerpt, kwalificeer je jezelf als gesprekspartner. Maar als je je steeds moet schamen en schuld bekennen, kun je toch niet anders dan dat linkse wereldbeeld aanvallen? En dat doe je door een alternatief op poten te zetten. De burger heeft daarbij het voordeel dat hij die schept meer vorm geeft aan de werkelijkheid dan hij die enkel becommentarieert. Daarom moeten we de ondergewaardeerde arbeiders, zoals bouwvakkers, monteurs en de andere doeners, koesteren en samen de klassenstrijd omhelzen. De werkende klasse is zich er goed van bewust dat de cultuurmarxisten bijna steeds tegen hun belangen handelen en moet al lang niets meer van links hebben. Rechtse intellectuelen zouden beter moeten beseffen dat die bevolkingsgroep net hun machtigste bondgenoot is.

 

Lukkassen wil dat we de woede van de bevolking, die het niet langer pikt dat ons parlementaire systeem hen een opgestoken middelvinger toont, aanwenden om met Nietzsche’s hamer de valse idolen stuk te lsaan en structurele veranderingen door te voeren. Die bevolking zal met respect welkom geheten worden bij de Nieuwe Zuil: een eigen gemeenschap die een individuele leefwijze mogelijk maakt waar het via de gemuteerde representatieve instanties niet meer lukt. Om dat pad met zelfvertrouwen te bewandelen, volstaat het niet om je vast te klampen aan het verleden. Dat is niet constructief. Een sterk, vernieuwd vertrouwen in de toekomst is vereist. Het inerte, nostalgische rechts moet plaatsmaken voor een handelend, realistisch rechts. 

 

Toen de Notre-Dame in Parijs afbrandde, werd beweend wat verloren ging. Maar we moeten het idee dat wat verdwijnt voor altijd een leegte achterlaat overstijgen. Als we niet geloven dat we nieuwe gebouwen met dezelfde kracht en schoonheid als de Notre-Dame kunnen optrekken en nieuwe componisten van het kaliber van Bach kunnen voortbrengen, is het pleit verloren. 
We moeten ons erfgoed in ere houden maar ook een nieuw realisme creëren dat de groei van een met zelfvertrouwen scheppend bewustzijn toestaat.
 

Dit boek culmineert in een oproep tot een exodus uit de deugcultuur. Eerst slaan we de denkbeeldige begrenzingen die we ons hebben laten opdringen aan stukken. Dat zal ons toelaten de beklemmende danteske ondergrond te verlaten en een maatschappelijke ordening te creëren die persoonlijke vrijheid en groei alle kansen biedt.

 

Lukkassen maakt niet dezelfde fout als zijn tegenstanders door te bepalen hoe dit concreet moet gebeuren. Hij nodigt ons wel uitdrukkelijk uit om samen vorm te geven aan deze renaissance.  En in die oproep ligt de grootste meerwaarde van Wees Afgrondelijk.
 

Deel op socials

Andere artikelen

Blijf op de hoogte

1743790dfedbbb041146808435edbac5.jpeg

''De Lange Mars door de instituties begint hier!”